bij ons zit je goed

Studieaanbod

Selecteer de studierichting naar keuze om meer te weten te komen over het profiel van de richting, de lessentabellen, de mogelijkheden voor de toekomst ... Bekijk daarnaast zeker ook de rubriek "Starten in het secundair".

Latijn

Voor wie?
De leerlingen die voor Latijn kiezen, hebben een uitgesproken belangstelling voor talen, geschiedenis en cultuur. Door haar analytisch karakter kan de studie van het Latijn ook leerlingen boeien die eerder wiskundig gericht zijn. Zij zijn bovendien bereid om regelmatig en zelfstandig te studeren! Daarenboven moeten zij er in slagen om de leerstof van de andere hoofdvakken (Nederlands, Frans en wiskunde) in minder lestijden te verwerken.

Wat?
Latijn studeren is een uitstekend middel om andere Europese talen te leren. De taal van de Romeinen ligt immers aan de basis van alle Romaanse talen (Frans, Italiaans, Spaans etc.). Maar ook in Germaanse talen (Nederlands, Engels en Duits) zijn er talrijke, zelfs alledaagse woorden die afstammen van het Latijn. Kennis van het Latijn geeft je een beter inzicht in taal! Maar het vak Latijn houdt meer in dan enkel taal. Minstens even interessant is de boeiende Romeinse geschiedenis en cultuur! Latijn studeren betekent zo contact onderhouden met het verleden en op grond daarvan een kritische houding aannemen in de wereld van nu.

Latijn is zeker geen dode taal! Alle planten, dieren, ziekten, lichaamsdelen ... hebben een wetenschappelijke benaming. Ook in de rechtspraak worden nog steeds veel Latijnse begrippen gebruikt. Latijn studeren is "Ieren leren". De leerlingen nemen de gewoonte aan om heel regelmatig en uit zichzelf lessen te repeteren (woordenschat, grammatica ... ). Zo biedt Latijn een uitstekende voorbereiding op alle mogelijke opties in het algemeen secundair, hoger en universitair onderwijs.

En daarna?
Wie slaagt in het eerste jaar Latijn, kan natuurlijk overstappen naar het tweede jaar Latijn. Bovendien kan Latijn vanaf het tweede jaar gecombineerd worden met Grieks. En omdat de oudheid aan de wieg staat van de Europese beschaving, is de kennis van Latijn én Grieks dikwijls noodzakelijk om de verschillende aspecten van onze eigen cultuur te begrijpen. Maar niets staat ook een overgang naar bijvoorbeeld Moderne Wetenschappen in de weg!

Welk lessenrooster?

 
   

 

STEM

Voor wie?
Leerlingen die voor de optie STEM kiezen zijn gebeten door wetenschap, techniek, wiskunde, programmeren en probleemoplossend denken. Ze hebben uitstekende resultaten in de basisschool. Het zijn echte bollebozen die graag studeren en graag op onderzoek gaan. Ze moeten een brede algemene interesse en aanleg hebben voor wiskunde, wetenschappen en talen. Ze zijn creatief en zijn gefascineerd door techniek en technologie. Het zijn echte doorzetters met zin voor orde en nauwkeurigheid. Daarenboven moeten ze er in slagen om de leerstof van Nederlands, Frans en wiskunde in minder lestijden te verwerken.

Wat?
STEM staat voor science, technology, engineering en mathematics en verwijst naar wetenschap, technologie, techniek en wiskunde. In de 5 lestijden per week worden bovenstaande vakken geïntegreerd aangebracht. Er wordt bij elk thema gestart met een onderzoeksvraag. De 5 STEM-lestijden worden verder ook gekoppeld aan de 2 lesuren techniek. Daar worden verschillende aangebrachte zaken in de praktijk omgetoverd. De leerlingen zijn dus 7 uur per week bezig met de verschillende STEM-leerinhouden.

In dit keuzepakket:

  • leer je via onderzoeksthema’s zien hoe wiskunde en wetenschap toegepast worden in een technische en hoogtechnologische context
  • leer je programmeren, zelf ontwerpen en probleemoplossend denken
  • ontwikkel je zin voor nauwkeurigheid, grondigheid en doorzettingsvermogen

De volgende thema’s komen onder andere aan bod: lucht- en ruimtevaart, recyclage, veiligheid, microscopie, sporenonderzoek en drones.

En daarna?
Met dit pakket mik je in het tweede jaar op de basisoptie “Moderne-STEM”. Uiteraard kan je vanuit het eerste jaar STEM ook overstappen naar verschillende andere basisopties.

Welk lessenrooster?

 
   

 

 

Moderne Wetenschappen

Voor wie?
Wie voor Moderne Wetenschappen kiest, wil een brede algemene vorming. In het eerste jaar Moderne Wetenschappen staan de basisvakken Nederlands, Frans en wiskunde centraal. Zo krijgen de leerlingen 1uur 'extra' Nederlands en zelfs 2 uur 'extra' Frans en wiskunde. Dat geeft ze de kans om die hoofdvakken heel goed in te oefenen.

Wat?
Ook in het 2de jaar blijven de basisvakken veel aandacht krijgen, maar nu verschijnen ook de echte optievakken SEI (socio-economische initiatie, 2 uur/week) en WW (wetenschappelijk werk, 3 uur/week). ln Moderne Wetenschappen maken onze leerlingen kennis met economie, gedrags-, cultuur- en natuurwetenschappen. Daarbij maken we zoveel mogelijk gebruik van elementen uit de eigen leefwereld van de leerlingen (cartoons, foto's, ICT ...). Er wordt bovendien van de leerlingen verwacht dat ze zelfstandig op verkenning gaan: zelf onderzoeken, formuleren, evalueren, een presentatie maken, gebruik maken van het internet ...

In het vak SEI gaat het over de facetten van het sociaal en economisch leven (over mensen die produceren, verdelen en consumeren). Daarnaast leren de leerlingen ook aandacht hebben voor het gedrag van mensen, individueel of in groep. Daarbij bestuderen ze ook enkele elementen die onze cultuur bepalen zoals reclame, media en politiek.

Bij Wetenschappelijk Werk zijn de leerlingen vaak zelfstandig bezig en zetten ze zelf experimenten op. Volgende contexten komen aan bod: zinken, zweven en drijven, stroomsterkte en spanning, wet van Ohm, licht en kleur, kracht en druk ... Daarbij volgen ze de wetenschappelijke werkwijze die uit een aantal stappen bestaat. Ze oriënteren zich op een opdracht, ze verzamelen documentatie, ze doen proeven, ze verwoorden de waarnemingen, ze trekken besluiten, ze diepen het onderzoek verder uit, ze reflecteren over de experimenten.

In het extra uur Wetenschappen bereiden we onze leerlingen goed voor op de 2e graad. Ze maken daarbij kennis met fysica en chemie. Via projectwerking worden er tussen de vakken WW en SEI dwarsverbindingen gelegd, o.a. in de thema's sport en muziek. Bij BZL (begeleid zelfstandig leren) krijgen de leerlingen en de leraar een nieuwe rol. De leerling leert zelfstandig werken, de leerkracht coacht en vertrouwt daarbij op het kunnen van de leerlingen.

En daarna?
Moderne Wetenschappen is een algemeen vormende optie die voorbereidt op ASO-studierichtingen (zonder Latijn of Grieks), maar een overstap naar het TSO is natuurlijk ook mogelijk.

Welk lessenrooster?

 
   

 

 

Handel

Voor wie?
Leerlingen die deze optie kiezen, hebben een brede interesse voor wat in onze maatschappij gebeurt op economisch vlak. Ze werken graag met cijfers, hebben belangstelling voor verkoop of administratie en vinden de computer een uitdaging. Zin voor orde, flexibiliteit, verantwoordelijkheid, doorzettingsvermogen en vlotte sociale omgang zijn enkele kenmerken die we van een leerling in de optie Handel verwachten! In Handel zit het werkwoord 'handelen'. In deze studierichting ga je actief op verkenning in de handelswereld.

Wat?
In het eerste jaar wordt er vooral gewerkt rond de onderstaande aspecten:

  • ontdekken van de verborgen verleiders in een supermarkt
  • ontleden van de barcode
  • Ieren betalen met Bancontact
  • aandacht voor het milieu en de gezondheid in een grootwinkelbedrijf
  • opzoeken van de geschiedenis van het geld, de banken en de handel
  • maken van een werkje over de euro
  • verkopen van producten voor Oxfam wereldwinkel
  • beoordelen van reclamespotjes
  • kopen vanuit de 'luie zetel' d.m.v. een postorderbedrijf en het internet
  • ontleden van een factuur
  • Ieren betalen met een overschrijvingsformulier
  • kennismaking met toerisme

En daarna?
In het tweede jaar Handel zijn er 5 lestijden voorzien voor het keuzevak. Het lessenpakket valt uiteen in 3 delen: initiatie in de handelswereld, computervaardigheden en klaviervaardigheden. Na de eerste graad is Handel of Handel-Talen de logische studierichting, maar ook andere (theoretisch) technische opties zijn mogelijk.

Welk lessenrooster?

 
   

 

 

Technische Activiteiten

Voor wie?
Je hebt naast studeren ook behoefte aan praktijk en handvaardigheid? Je bent creatief en geïnteresseerd in de technische evolutie en de realisatie van voorwerpen? Dan is de optie Technische Activiteiten (Nijverheid) misschien wel de geschikte richting voor jou.

Wat?
Technische Activiteiten behandelt in het eerste jaar 4 grote thema's met de klemtoon op praktijk:

  • technisch tekenen
  • metaalverwerkende technologie
  • houtverwerkende technologie
  • elektrotechnologie

Deze thema's worden eerst verkend door observatie en practicum. De verworven kennis wordt dan in de praktijk omgezet in een werkstuk zoals een zaklamp, een 'bureauauto', een behendigheidsspel ... Hierbij leer je de juiste materialen, werktuigen en gereedschappen kiezen. Je stelt een werkplan op, maakt technische tekeningen en leert organiseren, werken en denken onder een zekere tijdsdruk. Deze optie biedt je ook de mogelijkheid om je eigen creativiteit te ontplooien door te zoeken naar de beste oplossing voor een technisch probleem. Tijdens de lessen leer je zowel zelfstandig als in groep werken. Je bouwt vertrouwen en doorzettingsvermogen op en je leert jezelf en je werk evalueren. Tot slot leer je ook kritisch nadenken over techniek en de impact ervan op de mens en zijn omgeving.

Deze optie kan vanaf het eerste jaar gevolgd worden op een dubbel niveau:

  • 2 uur Technische Activiteiten bereidt de leerlingen voor op een meer theoretisch en technische gerichte vorming
  • 4 uur Technische Activiteiten is het begin van een meer praktisch en technische gerichte richting

En daarna?
In het tweede jaar kun je aansluitend op Technische Activiteiten (Nijverheid) de optie Mechanica-Elektriciteit 5 uur of 7 uur kiezen. Deze twee opleidingen geven je een algemene technische basis waarmee je in de tweede graad heel wat richtingen uit kunt.

Welk lessenrooster?

   

 

Sociale en Technische Vorming

Voor wie?
Sociale en Technische Vorming is een richting voor leerlingen:

  • met een sociale belangstelling
  • met ruime interesse voor exacte wetenschappen
  • die creatief en praktisch vaardig zijn
  • met een technische aanleg
  • die belangstelling hebben voor mens en milieu

Wat?
In de optie Sociale en Technische Vorming komen in het theoretische deel (van het eerste leerjaar A) de volgende thema's aan bod:

  • visie op sociale vorming: luisteren, respectvol omgaan, behulpzaam zijn
  • visie op technische vorming: methodisch werken, hygiëne, milieubewust en veiligheid

In het praktische gedeelte spitsen wij onze aandacht toe op 2 domeinen:

  • voedsel behandeling: voeding en drank, het ontbijt, het tussendoortje, de warme maaltijd en de lunch
  • werken met materialen: binnen dit domein leggen we het accent op techniek

De leerlingen leren omgaan met allerlei soepele en harde materialen. Daarmee maken ze een werkstuk dat van toepassing is bij ieder thema.

Deze optie kan vanaf het eerste jaar gevolgd worden op een dubbel niveau:

  • 2 uur STV bereidt de leerlingen voor op een theoretisch technische richting
  • 4 uur STV is het begin van een praktisch technische richting

En daarna?
In het tweede jaar kunnen de leerlingen een keuze maken tussen 5 of 7 uur Sociale en Technische Vorming. De 7 uur STV omvat 2 uur extra praktijk en is daardoor de ideale keuze voor de praktisch technische leerling. Deze twee opleidingen geven je een algemene technische basis waarmee je in de tweede graad heel wat richtingen uit kunt. Wie kiest voor STV, kan later bij voorbeeld aan de slag in de volgende sectoren:

  • het onderwijs
  • de sociale sector
  • de distributiesector
  • de politie
  • de gezondheidssector
  • de productiesector
  • de technische sector

Welk lessenrooster?